Op het strand van Schiermonnikoog is weinig over van de strandtent behalve het fundament. Ik neem aan dat er wat nieuws komt op dat platvorm aan het einde van de Badweg. Ook op het Badstrand is een groepje palen het enige teken van leven op een enkele wandelaar na. De wind waait zand naar de zee, en mij maar ‘oh jee, ik moet nog terug’.
Op zijn eerste sterfdag, 15 februari hebben wij Max’ as verstrooid in zijn moestuin die nu van Ellen is. Het was een koude maar heldere zondagmiddag en er was vuur. We stonden met een groep intimi in een kring rondom het verdorde Oost-Indische kersbed centraal in de tuin. Muzikanten waren aanwezig en Ellen met haar trom waar ze zich mee begeleide tijdens het ritueel. Voor aanvang liep er een man voorbij, op de weg langs de tuin die naar ons omkeek en lachte. Het leek Max wel die van ons wegliep naar elders ‘daar hoor ik niet meer bij’. We waren vrolijk en de zon verwarmde Ellens gezicht terwijl ze Max’ favoriete gedichten uitsprak. Ik bekeek zijn as nauwkeurig terwijl we de vaas aan elkaar doorgaven. Ik strooide wat as bij de fruitstruik midden op het ronde veldje. Daarna voerden we nog een rondedans uit met muziek en zang. Op weg naar de schuur van buurman voor thee met crumble trok Zon zich terug. Daar stond een gaskachel te gloeien want het was koud, gevoelstemperatuur -10.
Vandaag heb ik mijn vest voor het eerst weer gedragen sinds dat was aangevreten door de motten. Ik heb een compliment in ontvangst genomen: ‘Wat heeft u een mooi vest!’ ‘Dankjewel, zelfgemaakt’. ‘Is het ook te koop?’ vroeg het meisje bij Indoor Action waar we Yin Yoga gingen doen. ‘Nee hoor’, lachte ik en we zochten een plek in de studio die sfeervol was verlicht. Tijdens de les dacht ik aan Arna die het vest heeft gebreid van IJslandse wol. Aan Sebahat en de bank die ze mij gaf inclusief mottenplaag. Aan Manon Roozen die stierf vlak nadat ik de gaten in het vest ontdekte. Ik heb steeds aan haar gedacht tijdens de restauratie middels een gehaakt rozenmotief. Tenslotte dank ik Lisa die ter adoptie uitvloog waar ik zo vaak op heb gepast. Het vest was haar afscheidscadeau dat nu een Gesammtkunstwerk is geworden.
Eerst begon ik me te vervelen maar daarna begon het gebabbel in mijn mind. 20 minuten herhalen van de mantra ‘ ik ben’ leverde mij een levendige voorstelling van het omsmelten van oud goud van-de-week. ‘Wat is dat blauwe balletje?’ vroeg ik de docente tijdens het verhitten. ‘Dat is het goud!’ riep ze boven het kabaal van de gasbrander uit. De blauwe kleur was de weerspiegeling van de vlam op de gouden bel. Dat is dus wat IK BEN, mijn pure zelf zonder toeters en eh, bellen. Het zuivere ik was vloeibaar genoeg om in het voorverwarmde malletje te gieten. Nu ben ik in het bezit van een staafje puur goud dat ik zal walsen tot een draad. Een gouden draad waar ik twee oorbellen van ga smeden. Aan die bellen komen hangers die gemaakt zijn van mijn moeders ketting.
Stukjes ketting met zilverdraad aan elkaar geweven
Vanochtend rond 7 uur zag ik deze roze wolk voor me en liep naar buiten om het nog beter te zien. Dezelfde kleur als mijn balkondeuren hier nu in mijn huis in het Spijkerkwartier. Even later zag ik een bonte specht in de zaailing van Olm – iep – voor de deur.
Er was een tijd waarin ik nooit richting kon kiezen. Altijd wilde ik die ene maar ook die andere kant uit. Zowel persoonlijk als beroepsmatig was ik nooit helemaal blij met wat zich aandiende. Sinds 2020 is dat veranderd na een diepe duik in mijn onbewuste. Ik ben er achter gekomen dat ik mij had opgesplitst. Een deel van mij was ondergronds gegaan, dat nooit naar buiten kwam. Dat deel wou graag samenvloeien met mij in plaats van geheim blijven. Concreet voorbeeld: nooit tevreden met mijn keuze om kunstenares te zijn. Altijd die stem – van mijn vader – in mij die wat anders wil: je moet geld verdienen. Mijn authenciteit ondermijnend toch maar weer iets anders doen. Dat is niet meer aan de orde want ik ben geheeld: uit één stuk. Ik heb dat deel in mij gezien dat er niet mocht zijn. Hier ben ik met alles erop en eraan, of eraf, en dat voelt goed.
Zoetwaterkreeft op weg naar de Jansbeek in Sonsbeek
Precies een week geleden, op 14 augustus is mijn bonushond Bibi ingeslapen. Ze was de hond van Paul & Wil die via Marktplaats bij hen terecht kwam. Een boer uit Haaksbergen wou met haar fokken maar dat deed ze niet. Werd zelfs niet loops, gratis op te halen broodmagere boxer met allegie. Ze was elegant met haar scherpsteltekening op de kop. Dit is voor insiders die wel eens foto’s hebben afgedrukt in een donkere kamer. Liefste hond der aller tijden die acht jaar is geworden ondanks haar moeilijke jeugd. Ze verdroeg niemand die achter haar liep, geschopt wellicht op die boerderij in Twente. Ze hield ook graag overzicht en was heel waaks wanneer ik op een bank neerstreek. Haar nieuwe baas wist wel raad met Bibi, haar zevende boxer. Ik zal hen ongetwijfeld gaan missen, vandaag hebben wij een ereronde gemaakt over het Rozendaalse veld.
s’ Nachts heb ik Anton omarmd, wiens naam de laatste tijd telkens opduikt. Het is ook de naam van opa Fisscher die ik nooit heb gekend. Ik hield van hem maar ‘niet op die manier’. Anton was een aimabele man met een gebruiksaanwijzing, hij verweet zijn vader dat die nooit zijn liefde voor hem uit had gesproken. ‘Ik hou van jou’ heeft hij nooit gezegd, zei de man die van dezelfde leeftijd als mijn ouders was. Hij heeft het niet kunnen verkroppen en dat nam ik hem kwalijk: zijn slachtoffersschap. Voorts heb ik hem geholpen om alle spullen van zijn ‘zuster’ via marktplaats te verkopen. Hij had die kamer nodig om in te slapen want hij sliep niet goed. Toen het klaar was zei Anton dat ie toch liever in het hok bleef liggen waar nu zijn bed stond. Vervolgens kreeg Anton een vriendin die jaloers was. Op een dag ben ik spontaan langs gegaan bij hem in Zuid en kwam hij aan de deur. ‘Pssst, mijn vriendin is hier’ en smeet de deur voor me dicht. Dat was aanleiding voor mij om de deur naar hem dicht te doen. Ik heb hem een kaart geschreven met uitleg, nooit meer iets van hem gehoord. Wel dat ie overleed op hoogbejaarde leeftijd in het verpleeghuis. Ik zie hem soms fietsen op het Velperplein, in de regen met zijn paarse cape. Tati – mijn hond – wou eens naar Anton toen we langs bushalte Stadstheater liepen. Hij wees met zijn snuit ‘die kant wil ik uit’ waar ik niet op in ben gegaan. Tenslotte wou hij mijn verhaal niet lezen toen ik hem dat vroeg. ‘Jij kunt toch helemaal niet schrijven’ zei Anton, wat ook voortkwam uit jaloezie van weer een andere vriendin. Kort nadat ik van hem droomde zag ik hem lopen op de kop van de Steenstraat, in een ander. Waarom ik van hem hield is de vraag die nu, in zijn 100ste geboortejaar van belang is.
Uit: De jacobsladder van Maarten t Hart
Het jaar 2025 is bijna voorbij en ik weet inmiddels waar ik jou dankbaar voor ben: ‘wil je geluk of gelijk?’ was jouw levensmotto, dat bij me blijft.
In het artikel ‘Tijdloze waarheden’ in de Groene schrijft Jaap Tielbeke over John Steinbeck, dat mij heeft geraakt. Mijn boekenhart was al eens geroerd door The Old Man and the Sea van Ernest Hemmingway dat in de buurt komt. Op Wikipedia las ik dat Steinbeck Hemingway bewonderde. Hij ‘wilde enkel een registrerend bewustzijn zijn, geen oordeel vellen, alleen maar dingen vastleggen’. Dat komt in de buurt van de Zen filosofie die mij ook raakt. Zo hevig dat ik al vijf jaar lang dagelijks twee keer twintig minuten mediteer en wekelijks in de Zendo kom. Soms zelfs vaker vanwege de Stille Zondag of een Zendodag. Het brengt me bij mijn ware natuur van waaruit ik schrijf.