Categoriearchief: Wandelingen

Als je de buurt uit wilt

Walking & weighing

Bovenal, verlies je verlangen om te wandelen niet: ik wandel mezelf elke dag in een staat van welbevinden en wandel weg van ziekte; ik heb mezelf in mijn beste gedachten gewandeld, en ik weet van geen gedachte die zo bedrukt dat men er niet van weg kan wandelen … maar door stil te zitten, en hoe meer iemand stil zit, hoe dichterbij komt het ziek voelen… Dus wanneer iemand blijft wandelen, zal alles goed komen. Søren Kierkegaard, brief aan Jette (1847)

Solvitur ambulando. ‘Het is opgelost door te wandelen’.

Walking

Dit citaat komt uit het boek ‘The Songlines’ van Bruce Chatwin, verschenen in 1987.

https://en.wikipedia.org/wiki/The_Songlines

Ik heb de Nederlandse vertaling ‘ De gezongen aarde’ ooit gelezen, dat was voordat ik dagelijks aan de wandel ging om Tati (1999 – 2016), mijn hond uit te laten. Nu heb ik de oorspronkelijke verzie van het boek gelezen, terwijl ik nog steeds elke dag de benen neem, appeltje mee, lopen.

In de vroege Christelijke Kerk bestonden er twee manieren van pelgrimage: ‘wandelen voor God’ (ambulare pro deo) in navolging van Christus of van vader Abraham die de stad Ur verliet en in een tent ging wonen. de tweede was de ‘penitentionele pelgrimage’: waarin van criminelen, schuldig aan ‘enorme misdaden’ (peccata enormia) de rol van reizende bedelaar werd vereist, in overeenstemming met vastgesteld tarieven – met hoed, beurs en stok – om onderweg verzoening te vinden. Het idee dat wandelen gewelddadige misdaden oplost gaat terug naar de afgedwongen omzwervingen van Kain om boete te doen voor de moord op zijn broer.

Weighing

Nog een citaat uit The Songlines, waarin de pelgrimage wordt beschouwd.

Hooglanders

Hij wou me wat laten zien, en telkens als ik iets moois zag vroeg ik hem ‘is dit het?’ De afgeknakte bomen , door een tornado rondom de Carolinahoeve in 2019, ‘eh, nee’, daar begint het mee. De boom, een driesprong die hij altijd aanraakt, zodra we de bekende Posbank verlaten, ‘eh, nee’. Het vloeiende landschap waar ik edelherten verwacht tijdens de bronst met hier en daar een boom, ‘eh, nee’. Een bankje met uitzicht op de Elsberg en het Montferland, in de verte, dat was het.

De bijna volle maan stond inmiddels hoog aan de hemel, terwijl de zon aan het zakken was, in het Westen. René en ik eten mandarijnen van Odin, hij rookt een sigaret, en er is nog iets, een kunstwerk in the middel of nowhere. Ik zie een totempaal met reuzenhoorns aan de top en daaronder een hele rits kleinere hoorns van Schotse Hooglanders, in brons, in een gebied dat niet op mijn kaart staat. We lopen door, richting het Rozendaalse Veld want het duurt niet meer lang tot de zon onder gaat, via een pad vanaf de Brandtoren, heeft hij ontdekt. Bij het hek dat het gebied afgrenst staan twee jonge Hooglanders te dollen, terwijl wij daar langs moeten, een pink buigt met kop en hoorns naar de grond, een kalf hupt op en neer. De moeder staat een eindje verderop met een kleine kudde bij een bosje, heeft ons al gezien en richt haar blik op ons. We lopen langzaam door terwijl zij dichterbij komt, wij van het pad af, wachten achter een boompje met een grote kruin. Er komen meer wandelaars bij ons staan, een moeder met een jochie dat een bot met zich meezeult, gevonden. Een stel met een jong kind op de arm gaan ook van het pad af, bij ons staan. Mamsie staat inmiddels bij haar kleintjes, tussen ons en het hek, wij kiezen voor het vijflaagse prikkeldraad. De jonge vader trekt de onderste draad stevig omhoog zodat ieder er onderdoor kan glippen, geeft het kind door dat eerst gespannen toekeek en begint te huilen. Via graspollen met hei naar de andere kant van het hek waar de dieren staan, pink likt kalf, stier staat een eindje verderop langs het draad zachtjes te brullen.

Hij loopt voorop, een kronkelend pad af langs de bosrand, ik zag het kale rondje op zijn hoofd, het begon te schemeren, maan scheen door de takken, ik hoorde een uil in het bos. Op de parkeerplaats aten wij een energiereep, aan een chique picknicktafel. We moesten nog wel een eindje lopen, terwijl het donker werd, er kwam een auto zonder verlichting aangereden op een kruizing met een landweg. Ik was geneigd om weg te duiken, maar de nieuwsgierigheid won het van de angst. Een boswachter stapte uit en gaf ons geen bon, wel een waarschuwing, ‘ja maar we werden opgehouden door een paar Hooglanders’. ‘Voortaan eerder van huis gaan’, en toen hij weg was ‘ik hou zo van wandelen in het donker’. In Velp stond de trolleybus, lijn 1 klaar om te vertrekken, tot Arnhem Velperpoort.