Uit gouden korenaren, schiep God de Twentenaren. Uut het kaf en de resten, leu uut het Westen:-))

Uit gouden korenaren, schiep God de Twentenaren. Uut het kaf en de resten, leu uut het Westen:-))

Ik lag lekker op de bank naar de vogels te luisteren komt mijn moeder (1926 – 2008) plotseling bij me liggen. Eigenlijk meer in me want dit was een geestesverschijning van toen zij mijn leeftijd had. Dit jaar is haar 100ste geboortedag, op 21 juni en daar sta ik bij stil. Voor het eerst sinds lange tijd was ik een broek aan het naaien. Dat is me met de paplepel ingegoten door haar en wellicht de reden om dicht bij me te zijn. Het kan ook de jaarlijkse familiedag zijn, bij mij deze keer die me heeft getriggerd om haar zo sterk bij me te voelen.

Ik gebruik een oude broek die goed zat als patroon voor de nieuwe die in de maak is.
Mijn moeder was niet alleen een hele goeie naaister maar ook een toneelspeelster, en op latere leeftijd bleek ze te kunnen schilderen. De hele familie heeft werk van haar hangen, waar ik van geniet. Mijn moeder speelde toneel bij de plaatselijke vereniging en kreeg hoofdrollen omdat ze zo goed was. Ze werd gevraagd om in Amsterdam de toneelschool te doen vanwege haar talent. Dat was echter een brug te ver voor mijn opa en oma die daar niets van wilden weten. Zij ging nog een stapje verder: ik mocht alles behalve naar de toneelschool.
Deze wisteria heb ik 10 jaar geleden geplant om Tati te herdenken, mijn hond. Die was nogal roze: bijzonder geliefd en zachtaardig. Tegelijkertijd brutaal en fier, een alfamannetje waar de vrouwtjes voor vielen. Vorige week was Roze Regen krom gaan hangen maar die staat nu weer overeind.


Op het strand van Schiermonnikoog is weinig over van de strandtent behalve het fundament. Ik neem aan dat er wat nieuws komt op dat platvorm aan het einde van de Badweg. Ook op het Badstrand is een groepje palen het enige teken van leven op een enkele wandelaar na. De wind waait zand naar de zee, en mij maar ‘oh jee, ik moet nog terug’.

Op zijn eerste sterfdag, 15 februari hebben wij Max’ as verstrooid in zijn moestuin die nu van Ellen is. Het was een koude maar heldere zondagmiddag en er was vuur. We stonden met een groep intimi in een kring rondom het verdorde Oost-Indische kersbed centraal in de tuin. Muzikanten waren aanwezig en Ellen met haar trom waar ze zich mee begeleide tijdens het ritueel. Voor aanvang liep er een man voorbij, op de weg langs de tuin die naar ons omkeek en lachte. Het leek Max wel die van ons wegliep naar elders ‘daar hoor ik niet meer bij’. We waren vrolijk en de zon verwarmde Ellens gezicht terwijl ze Max’ favoriete gedichten uitsprak. Ik bekeek zijn as nauwkeurig terwijl we de vaas aan elkaar doorgaven. Ik strooide wat as bij de fruitstruik midden op het ronde veldje. Daarna voerden we nog een rondedans uit met muziek en zang. Op weg naar de schuur van buurman voor thee met crumble trok Zon zich terug. Daar stond een gaskachel te gloeien want het was koud, gevoelstemperatuur -10.

Max met oranje hoed bij mij in de keuken.
Vandaag heb ik mijn vest voor het eerst weer gedragen sinds dat was aangevreten door de motten. Ik heb een compliment in ontvangst genomen: ‘Wat heeft u een mooi vest!’ ‘Dankjewel, zelfgemaakt’. ‘Is het ook te koop?’ vroeg het meisje bij Indoor Action waar we Yin Yoga gingen doen. ‘Nee hoor’, lachte ik en we zochten een plek in de studio die sfeervol was verlicht. Tijdens de les dacht ik aan Arna die het vest heeft gebreid van IJslandse wol. Aan Sebahat en de bank die ze mij gaf inclusief mottenplaag. Aan Manon Roozen die stierf vlak nadat ik de gaten in het vest ontdekte. Ik heb steeds aan haar gedacht tijdens de restauratie middels een gehaakt rozenmotief. Tenslotte dank ik Lisa die ter adoptie uitvloog waar ik zo vaak op heb gepast. Het vest was haar afscheidscadeau dat nu een Gesammtkunstwerk is geworden.

Eerst begon ik me te vervelen maar daarna begon het gebabbel in mijn mind. 20 minuten herhalen van de mantra ‘ ik ben’ leverde mij een levendige voorstelling van het omsmelten van oud goud van-de-week. ‘Wat is dat blauwe balletje?’ vroeg ik de docente tijdens het verhitten. ‘Dat is het goud!’ riep ze boven het kabaal van de gasbrander uit. De blauwe kleur was de weerspiegeling van de vlam op de gouden bel. Dat is dus wat IK BEN, mijn pure zelf zonder toeters en eh, bellen. Het zuivere ik was vloeibaar genoeg om in het voorverwarmde malletje te gieten. Nu ben ik in het bezit van een staafje puur goud dat ik zal walsen tot een draad. Een gouden draad waar ik twee oorbellen van ga smeden. Aan die bellen komen hangers die gemaakt zijn van mijn moeders ketting.

Stukjes ketting met zilverdraad aan elkaar geweven

Vanochtend rond 7 uur zag ik deze roze wolk voor me en liep naar buiten om het nog beter te zien. Dezelfde kleur als mijn balkondeuren hier nu in mijn huis in het Spijkerkwartier. Even later zag ik een bonte specht in de zaailing van Olm – iep – voor de deur.
Liefde die levenslang meegaat
Je bent uit beeld maar niet uit het hart
Die en die en die, en die vergeet ik nooit
Al heb ik je niet meer gezien of ben je dood
We zijn toch liefdeslang verbonden

Winterkoolzaad met zonnebloem bij Herwen
Er was een tijd waarin ik nooit richting kon kiezen. Altijd wilde ik die ene maar ook die andere kant uit. Zowel persoonlijk als beroepsmatig was ik nooit helemaal blij met wat zich aandiende. Sinds 2020 is dat veranderd na een diepe duik in mijn onbewuste. Ik ben er achter gekomen dat ik mij had opgesplitst. Een deel van mij was ondergronds gegaan, dat nooit naar buiten kwam. Dat deel wou graag samenvloeien met mij in plaats van geheim blijven. Concreet voorbeeld: nooit tevreden met mijn keuze om kunstenares te zijn. Altijd die stem – van mijn vader – in mij die wat anders wil: je moet geld verdienen. Mijn authenciteit ondermijnend toch maar weer iets anders doen. Dat is niet meer aan de orde want ik ben geheeld: uit één stuk. Ik heb dat deel in mij gezien dat er niet mocht zijn. Hier ben ik met alles erop en eraan, of eraf, en dat voelt goed.

Zoetwaterkreeft op weg naar de Jansbeek in Sonsbeek