Eerst begon ik me te vervelen maar daarna begon het gebabbel in mijn mind. 20 minuten herhalen van de mantra ‘ ik ben’ leverde mij een levendige voorstelling van het omsmelten van oud goud van-de-week. ‘Wat is dat blauwe balletje?’ vroeg ik de docente tijdens het verhitten. ‘Dat is het goud!’ riep ze boven het kabaal van de gasbrander uit. De blauwe kleur is de weerspiegeling van de vlam op de gouden bel. Dat is dus wat IK BEN, mijn pure zelf zonder toeters en eh, bellen. Het zuivere ik was vloeibaar genoeg om in het voorverwarmde malletje te gieten. Nu ben ik in het bezit van een staafje puur goud dat ik zal walsen tot een draad. Een gouden draad waar ik twee oorbellen van ga smeden. Aan die bellen komen hangers die gemaakt zijn van mijn moeders ketting.

Stukjes ketting met zilverdraad aan elkaar geweven




