1
Ik heb geen wifi nodig om dit verhaal te schrijven met mijn laptop als typemachine, in het huis van Lenie & Simon in Wijk aan Zee. Onderweg begon ik al te schrijven, in gedachten dan en kwam helemaal in the mood. Het is nu 13 jaar na die dag in 2011 dat ik deel nam aan het bevolkingsonderzoek tegen borstkanker. Ik onderging het heel braaf, liet mijn borsten pletten onder leiding van een kloeke tante bij de GGD. De uitslag kwam eerst bij de huisarts die me belde op woensdag 20 april, vlak voordat ik ging lesgeven in mijn atelier. ‘Het zal wel niks zijn maar ik stuur je toch door naar Rijnstate voor nader onderzoek’ enne ‘dan heb je vóór Pasen zekerheid’. Ik ging ruim van te voren naar het atelier en bevoelde mijn borsten, een grote knobbel in mijn rechter borst. Ik had geen tijd om er te lang bij stil te staan want de dames uit Heteren stonden al gauw op de stoep. Twee meisjes die les van mij kregen op hun vrije woensdagmiddag die leerden omgaan met de naaimachine. Zoals gewoonlijk bleef ik heel stoïcijns in mijn doen en laten, terwijl er in mezelf een bel ging rinkelen. Die nacht heb ik niet goed geslapen, maar ik deed ’s ochtends gewoon mijn werk: Luuk begeleiden in het snotbusje naar zijn school voor meervoudig gehandicapte kinderen. Ik liet me op de terugweg droppen bij Rijnstate waar we toch bijna langsreden. ‘Er is toch niets ernstigs?’ vroeg de chauffeur nog maar ik zei daar niets over. Het was mij duidelijk dat dit een ernstige zaak was en dat ik rustig wou blijven onder deze omstandigheden. Ik had een afspraak om 9 uur op de afdeling Mammacare met een arts die me bevoelde nadat ik maar meteen met de deur in huis viel. ‘Er zit iets heel groots’ dat hij beaamde, waarna ik werd doorgestuurd naar een verpleegkundige in een hok vol met beeldmateriaal. Ze besprak de mogelijkheden met mij die er zoal zijn, de borst besparende optie of amputatie en de procedures. Ik werd meteen doorgestuurd voor een echo die me bij bleef en röntgenfoto’s achter elkaar. Ze hadden daar nog nooit iemand meegemaakt die zo rustig bleef en dat was ik terwijl ze me in mijn borst prikten voor puncties. Dat was alles behalve pijnlijk, terwijl de echo op het scherm de tumor in kaart bracht. Vanaf hier begint mijn herinnering te vervagen en weet ik niet meer precies hoe het allemaal anders verliep dan in flarden.
2
Ik belde Titia om door te geven dat ik de volgende ochtend Luuk niet naar school kon begeleiden maar ze nam niet op, geloof ik. In elk geval kreeg ik haar aan de lijn toen ik de Zijpendaalseweg wou oversteken op weg naar Sonsbeek om te wandelen, denk dat ze mij belde. Ze vond het bijzonder dat ik gewoon op straat liep met de hond en bij de HEMA vandaan kwam. Ik vroeg mij af wat ik dan zou moeten doen, volgens haar: schreeuwen en compleet in paniek raken soms? Ik zou meer onderzoeken krijgen op zeer korte termijn omdat men de tumor heel groot vond. Mijn organen werden onderzocht om eventuele uitzaaiing op te sporen. Ik ging in de Mri-scanner waar ik doodstil moest blijven liggen. Ondertussen ben ik de draad kwijt kwa timing maar wat ik wel nog weet is de bel-afspraken met Dorien Cohen op vrijdag aan het einde van de middag. Ik geloof dat die onderzoeken in totaal een week in beslag hebben genomen, een periode van onzekerheid. Ik had haar – mijn huisarts – heel erg nodig, als vriendin die me steunde in deze moeilijke tijd. Ik bracht mijn vrienden, broers & zussen op de hoogte en begon te fantaseren over de dood. Ik was in mijn atelier met Tati en stelde me voor dat Marijke en Ans de boel gingen leeghalen, geen prettig idee. Tati was mijn beste vriend hierbij, die wou gewoon wandelen, uitgelaten worden en bij me zijn en geen gezeik. Ik weet er niet meer het fijne van hoe die week is verlopen maar wel dat het leven gewoon doorging. Inmiddels waren Harriet en Alice op de hoogte, mijn buren die eveneens een portie ellende op hun bord kregen. Alice en ik troffen elkaar in Rijnstate, waar zij moest zijn vanwege de diagnose MS en zij was er bij toen ik de uitslag kreeg van de onderzoeken. Ik hoor meeuwen krijsen die me in het hier en nu brengen, Wijk aan Zee, 2024. Nog even en het is weer tijd om aan de wandel te gaan en deze tijdreis af te breken. Ik wil nog langs de SPAR als die geopend is, op zondagmiddag maar we zijn hier in een Katholiek dorp. Ik denk aan Alice die net als Dorien een steun en toeverlaat was. Onze vriendschap groeide door onze ziektes omdat we toevallig steeds op dezelfde tijden in Rijnstate waren om onze dokters te spreken. Ik denk aan die keer dat we samen in de wachtkamer zaten en ik de spreekkamer binnen werd geroepen. Ik zou de uitslag krijgen en was bijzonder zenuwachtig, komt die dokter heel vrolijk met het bericht dat het meevalt. De tumor had zich niet uitgezaaid, wat goed nieuws was en vervolgens deelde hij mede dat mijn borst er wel af moest. Bovendien stelde hij chemotherapie voor, hoor het hem nog zeggen en wellicht bestraling. Om daar een uitspraak over te doen zou er een onderzoek van de poortwachters nodig zijn, aan het einde van de operatie, de amputatie.
3
Een flard: het onderzoek van de organen met behulp van radiologie vond plaats in een ruimte die me gedateerd overkwam. In elk geval stond Anne Marie me op te wachten met Tati en we gingen koffie drinken bij de Palatijn – Ketelhuis – in Sonsbeek. Het park verbindt Rijnstate met Sint Marten, de wijk waar ze woont, tussen Sonsbeek en het Spijkerkwartier. Zit Joop daar ook, waar ik geen contact meer mee had maar nog wel van hield. Als er iemand was die niets mocht weten van de tumor in mijn borst was hij het wel. Nog een flard: ik loop in Sonsbeek op vrijdagmiddag en tot mijn grote schrik is het bijna tijd voor de bel-afspraak met Dorien Cohen. Ik sprint naar huis en ben daar precies op tijd om de – vaste – telefoon op te nemen. Een hele grote flard: ik heb een afspraak in het nucleaire deel van Rijnstate met één of andere vent die me meevoert via de luchtbrug tussen de beide gebouwen. In mijn onbetrouwbare herinnering hield hij mijn hand vast maar dat is ongetwijfeld niet gebeurd. Hij bracht me naar een vergaderzaaltje waar een lange tafel stond met diverse lieden die zich voorstelden. Er waren co-assistenten bij en er was een groot scherm aan de wand waarop mijn borst geprojecteerd werd. Achter een gordijn stond een hoog bed waarop ik na een voorstellingsrondje plaats moest nemen. Daar lag ik op mijn rug terwijl ze allemaal aan mijn borst kwamen voelen, waar ik bij was vanzelfsprekend. Dit is de fase die vooraf ging aan de behandeling die begin juli van start kon gaan, waarin mijn leven op de kop stond en daarom iets weg had van een circus. Zonder hond aan mijn zijde was ik wellicht helemaal gek geworden maar dat gebeurde niet. Eric Onsterk – kennis – kwam koffie drinken en bracht een grote bos zonnebloemen mee. Siglinde – kennis – kwam langs om haar ervaring met mij te delen. Ze liet haar verminkte linker borst aan mij zien waardoor ik de aanstaande amputatie kon aanvaarden. Christine – collega – hielp me een gipsen afdruk van mijn borst te maken. Ze bracht me naar het ziekenhuis op de dag van de operatie, vroeg in de ochtend. Veel onverwachtse steun vanuit mijn omgeving was hartverwarmend, net als de vele telefoontjes van Ans en Marijke. Ik was te druk met regelen om stil te staan bij de situatie en ging door met werken, studeren, leven alsof er niets aan de hand was.
4
Dr. Phill ik ben op mijn vijfde aangereden toen ik op mijn rode fietsje van school naar huis ging en de weg wou oversteken. Mijn moeder stond voor het raam en zag het gebeuren en kreeg de schrik van haar leven. Ik vloog met fiets en al door de lucht maar kwam heel goed terecht blijkbaar. Toen heb ik geleerd om te vallen en iets anders: stoïcisme. In heftige situaties word ik heel kalm en beheers mijn lichaam wat vaak in dromen terug kwam. Lucide dromen heet het, had ik dat maar eerder geweten maar beter laat dan nooit. Het betekent dat je tijdens de droom weet dat je droomt en kunt ingrijpen. Ik ben eenmaal aangereden maar heel vaak uitgescholden op straat voor rooie, vuurtoren, ‘hef joe va roest in de piep’ en meer. Melkfles omdat ik zo wit was en Pipi Langkous en dat heeft impact gehad op mij. Ik droomde regelmatig dat ik werd belaagd door een groep jongens, een situatie waarin ik ‘lucide’ werd. ‘Maar dit is een droom en in dromen kan ik reuzenstappen maken’ en hup daar ging ik. Als Kleinduimpje maakte ik grote sprongen de lucht in en kwam weer neer, jongens achter me hielden mij niet bij. Mijn kussen werd een rots waarboven ik vloog en elk geluid komt keihard binnen. Nog zoiets dat me overkwam: een absoluut gehoor. Wat daarbij hielp was het licht aandoen en Donald Ducks lezen tot het overging, mijn kinderlijke oplossing. Terug naar nu: ik word stoïcijns in geval van nood, ook toen die tumor in mijn rechterborst zat. Tati was bij me, ook dat nog en hij duldde geen aanstellerij.
5
Sinds de chemo heb ik schimmelnagels op mijn twee grote tenen die me veel ongemak bezorgen. Jaar-in-jaar-uit heb ik die behandeld met pure appelazijn van Odin en de nagels blootgesteld aan zonlicht. Dat betekende ook geen nagellak meer helaas waar ik dol op was. Ik schaamde mij sowieso voor mijn voeten met die grote grote tenen wat inmiddels voorbij is. Ik ben de schaamte voorbij, alhoewel ik nog niet weer in de sauna geweest ben. Ik wil niet op speciale uren voor mensen met kwetsuren of op bikinitijden en wil niet gezien worden met zonder een borst. De schimmel is bijna weg maar mijn rechter borst komt nooit weer terug. Die ligt bij het Arnhemse Gemeentemuseum: een streng grote glazen borsten van Maria Roozen in de museumtuin geeft mij troost. De winter is weer op komst en dan gaat het monumentale beeld onder zeil. Mijn voeten gaan weer in sokken en dat is fijn voor de schimmel die dan meestal weer oprukt. Het is belangrijk om ze droog te houden en met appelazijn te blijven behandelen. Daar heb ik niet altijd zin in maar het loont want ik schat in dat dit de goeie kant uit gaat. Tijdens de depressie in 2020 waren die teennagels een bron van wanhoop die nu een bron van vreugde zijn. Mijn rechternagel is geheel hersteld en vanuit mijn linker teen groeit een gezonde nagel die aan het uiteinde nog wel is aangetast. Een symptoom is dat ze van vorm veranderen en gauw gaan ingroeien, wat heel pijnlijk is. Nu heb ik iets nieuws dat ik van de toren wil blazen: frezen in plaats van vijlen gaat veel gemakkelijker. Een goede reden om aan yoga te doen en op gewicht te blijven zodat ik er bij kan.
6
Na de behandeling tegen borstkanker had ik tijd om tot rust te komen. Ik had twee jaar om bij te komen, zat deels in de ziektewet. Mijn freelance werkzaamheden gingen gewoon door en dat was fijn vanwege de structuur. Ik studeerde toen Psychologie ook nog, in deeltijd bij de Open Universiteit. Op mijn dooie gemak mijn werk doen zonder inkomensstress, en dat mocht ook wel. Ik was moe maar ging toch elke dag de hort op met de hond het bos in. Zegt die medewerkster van de ziekteverzekering ‘logisch dat je moe bent, door al dat wandelen van je’. Dat was het begin van het einde van ons warme contact. Ik zat volop in de defaultmodes zoals dat heet, scande mijn geheugen op fouten. Toen en toen heb ik zoiets doms gedaan, en bleef hangen. Het zat zus en zo maar toen gebeurde dit en dat. Na een poosje waaide het over en had ik vrede met bepaalde stommiteiten. Nu heb ik dat ook weer, tijd om het leven te herzien. Waarom heb ik toen mijn geliefde kraakpand verlaten? Omdat ik me graag netjes aan de regels wilde houden, een braaf leven wou leiden. Het was onnodig en ieder die daar woonde kreeg vervangende woonruimte toegewezen van de gemeente. Ik had nog jaren plezier kunnen hebben van die schitterende tuin en het gebrek aan huur. Ik woonde daar met goeie vrienden, ook dat nog, of waren ze dat niet? Ik ben eenzaam geweest in huizen zonder tuinen maar wel met hoge huren. Ik had gemakkelijk kunnen blijven dringt nu tot me door maar ik wou weg. Misschien was ik nu wel dood geweest als ik was gebleven want je weet het niet. Mijn behoefte aan een groot huis met een tuin wordt maar niet vervuld. Is het heimwee naar vroeger en moet ik dat eerst onder ogen zien? Het verdriet om het verlies van thuis bij mijn ouders vindt geen andere uitweg dan een verlangen. Terwijl ik inmiddels goed woon, in het groen blijft mijn innerlijke rechercheur zoekende. Op een dag stopt het omdat ik inzicht heb gekregen. Aha, ik weet waarom ik ben weggegaan en het is goed zo. Ik woonde daar heel riant maar de verkering was uit en ik wou niet meer met hem samenwonen. Ik had gemakkelijk beneden kunnen gaan wonen, op de begane grond die wij als atelier in gebruik hadden. Nu besef ik dat het daar heel rumoerig was, het verkeer raasde langs het huis. We zaten daar boven de geluidsgrens voor comfortabel wonen. De kamer aan de achterzijde van de benedenwoning die aan de tuin grensde was rustig. Daar kwam weinig daglicht vanwege haar ligging op het noorden en de door het gebladerte gefilterde licht. Bovendien kreeg ik een zonnige etage aangeboden in een rustige straat. Na vele jaren geniet ik nog steeds van het wonen in een straat met weinig gemotoriseerd verkeer, telkens weer. Ik heb moeite met veel verkeer en dat besef komt stukje bij beetje bij me binnen. Ik hoor het in de verte en dat is al genoeg om gestoord te zijn. Pas als ik in Groningen ben of Schiermonnikoog kom ik werkelijk tot rust. Net zoals vroeger bij ons in Glane waar helemaal geen verkeer was. In Losser wel en daar stond een fabriek naast ons huis die continu geluid produceerde. Pas op zondag werd het stil en hoorde ik de afwezigheid van lawaai. Ik hou van de stilte en heb haar nodig, om de vogels te horen fluiten. De wind in de bomen te horen, het geluid van het gebladerte. Het was te lawaaierig in het kraakpand om tot inkeer te komen dus verzon ik ‘bij hem vandaan’. Ondanks de ruimte en de gezelligheid vond ik daar geen rust, van levensbelang voor mij.
7
Tijdens de behandeling tegen borstkanker heb ik deelgenomen aan actie ter behoud van de bomen in de buurt. Met een aantal buurtgenoten hebben we 114 bomen die op een lijst stonden om gekapt te worden van een strik voorzien. Mijn buren hadden mij gestrikt voor deze actie vanwege hun liefde voor onze lommerrijke straten. Met name de Parkstraat was een feest om doorheen te gaan met haar overkoepelende robinia’s die hen vanuit Amsterdam hier hadden doen belanden. Vanwege de vervanging van het 19de eeuwse riool in de hele buurt dat niet meer voldeed en zorgde voor overlast. Die bomen waren kwetsbaar en zouden de noodzakelijke afgraving niet overleven zonder gevaar van vallende takken. Enfin, tijdens de zomer van 2011 zat ik met enkele boomelfen achter de naaimachines in mijn atelier strikken te naaien. Janine en ik kletsten heel wat af tijdens die avonden waarop we onze borstkankers bespraken. Zij strikte mij voor Spijkerplaats, een jaarlijks theaterfestival in de buurt dat zij produceerde. Ik stelde mijn huis beschikbaar als theaterlocatie tijdens het festival waarop het publiek rouleerde langs diverse locaties. Ik woonde daar helemaal alleen op de zolderetage terwijl de rest leeg stond, in afwachting tot renovatie. Ik vroeg de huisbaas om toestemming voor het gebruik van de benedenwoning en kreeg die, herfst 2011. Het was voordat ik begon met de chemotherapie nadat mijn borst er al af was, denk ik. Hier begint het weer vaag te worden, mijn herinnering aan die periode waarin ik de behandeling onderging. Deze boomactie kwam heel goed van pas omdat ik onder de mensen bleef terwijl ik in mijn kracht stond. Diezelfde zomer nam ik deel aan een jubileum-expositie van de Nieuwe Gang in Beuningen. Ik was uitgekozen tot beste exposant van het jaar 2006 en mocht meedoen met een groepstentoonstelling met 25 andere kunstenaars. Ook dat was een welkome afleiding van het proces waar ik doorheen ging, dat mij op aarde hield.
Na de bestraling in januari die dagelijks plaatsvond ben ik met mijn Tati naar Schiermonnikoog gegaan, zoals beloofd. ‘Wij gaan naar het eiland’ voor een weekje samenzijn met hem om de goeie afloop te vieren. Daar begon ik met de geplande hormonenbehandeling van 5 jaar, maar dat was geen succes. Ik voelde mij niet senang door die pillen waar ik een chemo-gevoel van kreeg, waar ik schoon genoeg van had. Het huisje was niet ideaal en stonk naar sigarettenrook, de radio was stuk, wel tv. Het was de week waarin prins Friso omkwam tijdens de ski-vakantie in Zwitserland. Daar liet ik me mee bombarderen op het nieuws bij gebrek aan muziek. Ik schreef een verhaal over mijn kat Nina die overleed voordat ik borstkanker kreeg, hoe dat was. De laptop kon geen verbinding maken met het internet en daarom checkte ik mijn mail bij de VVV. Die week duurde lang en als ik nu langs dat huis loop hoef ik daar niet weer naar binnen. Toen was ik nog bevriend met Emmy waar ik die zomer mee naar de Documenta in Kassel ging. Ik belde haar meteen na thuiskomst en stortte mijn hart uit ten aanzien van die pillen. Ik maakte een afspraak met ‘mijn oncoloog’ om hem te vertellen dat ik die hormoontherapie niet door ging zetten. Ik ging liever dood dan 5 jaar lang met een chemo-gevoel in mijn lijf, kwaliteit van leven boven kwantiteit. Mijn broer gaf me GRIP dat staat voor Gevoel, Relatie, Inhoud en Proces, te gebruiken tijdens een lastig gesprek. Dat werkte want door deze volgorde aan te houden kreeg ik echt contact met de man die me groot gelijk gaf. Het hield ook in dat ik mijn bloed niet maandelijks hoefde te laten controleren, een bijvangst. Ik ging nog wel voor een second opinion bij een oncologe in het Radboud in Nijmegen langs. Die vertelde dat er weinig verschil is tussen het aantal overlevenden met of zonder die behandeling.
8
Dokter Phill, dit is een uitstapje naar een ver verleden, wat ik nu ga vertellen. Het gaat over mijn jeugdvriendin Estelle die had geleerd om verzekeringen op te lichten. Ik had er geen en het kwam niet op bij mij net als het ‘proletarisch winkelen’ dat je deed uit armoede. Ze ging uit stelen alsof het niets was, ook bij de Knollentuin, de biologische winkel. Ik leerde van haar hetzelfde te doen en heb nog steeds een stuk gereedschap in huis van de ijzerhandel. Kwasten jatten en broeken meenemen bij de V&D door er eentje onder aan te trekken. Tot ik betrapt werd bij Aldi met een paar tandenborstels in mijn tas terwijl zij met haar gevulde jas al buiten stond. Ik zal de vernedering nooit weer vergeten: aan de hand van een medewerker legde ik ze terug in het schap. Daarna rekende ik elk rolletje plakband af terwijl er een rij stond bij de kassa in de Hema terwijl het zo gemakkelijk was om … Zij ging er mee door terwijl ik toekeek hoe ze haar slaatjes sloeg met succes. Zij wou graag iets voor mij betekenen en liet haar dwarsfluit zogenaamd stelen op vakantie in Frankrijk. Met het geld kocht Estelle een betere en schonk mij haar oude fluit zodat we samen konden spelen. Ik liet het toe en oefende gestaag, totdat die nieuwe echt werd gestolen, weer in Frankrijk. Ze vroeg die van mij terug want muziek maken was haar inkomstenbron waar ze op speelde in de metro in Parijs. Ik vertelde mijn verhaal aan een vriend die mij zijn Spaanse gitaar schonk als troost. Ik speelde eigenlijk gitaar maar die had ik verkocht toen ik de fluit kreeg en zo kwam het weer goed. Die ging mee naar Arnhem in de zomer van 1984 naar het kraakpand aan de Amsterdamseweg. Om een lang verhaal kort te maken: die fluit kwam terug in mijn leven in kunstvorm. Mijn vriend Frits had twee glimmende ijzeren staven in een houten koffertje bekleed met pluche op de schoorsteenmantel staan.
9
Frits hield van sleutelen aan motorfietsen, vooral oldtimers. Hij had een oogje op een oude Puch van ene Boudewijn. Die wou dat koffertje wel met die twee staven in plaats van geld, en op een dag was het weg. Er lag een bosje verroest betondraad in daklood gehuld op de schoorsteenmantel. Er stond een dieprode Puch in de woonkamer, met witte sierbiezen. Ik naaide een zwarte leren buddy toen Frits klaar was met reviseren, ook met witte biezen. Tijd om het voertuig naar de garage beneden te heisen met drie man sterk. Lang niet meer aan het kunstwerk gedacht totdat ik in de Emmastraat ging wonen. Boudewijn woonde daar beneden in het souterain, waar ik helemaal boven woonde. De man liet zich zelden zien, een kluizenaar die soms het straatje veegde in camouflagepak. Hij schreeuwde ’s nachts en op een dag werd hij meegenomen voor opname in Wolfheze. Vanuit de psychiatrische gemeenschap belde hij me soms om te babbelen. Hij verlangde terug naar de studententijd en wou graag terug naar huis. Ondertussen stonden zijn spullen daar nog, inclusief het kunstwerk dus! In 2012 was de etage inmiddels ontruimd, het hele huis onder mij was leeg. Ik stelde het Ontroerende Goed beschikbaar voor Spijkerplaats en kreeg Jeroen op mijn pad. Hij als acteur onder leiding van Anneke als regisseuze in Het Lege Huis. Ze werden mij toegewezen voor een stukje theater op de belle etage, bereikbaar via de tuin. Jeroen zou daar een monoloog houden als voormalige museumdirecteur, dat mooi aansloot op mijn verhaal over de fluit. Het stel had echter een eigen verhaal over opsplitsing van herenhuizen, een hot item in de buurt op dat moment. Tijdens het festival werd het stukje vier avonden lang vier keer achter elkaar gespeeld en ter afsluiting op zondagmiddag nog eens vier keer. Het publiek was razend enthousiast en ook de huiseigenaar die zich kon herkennen in ‘de ziel van het huis’ kwam kijken. Die wou mij wel uitkopen en kwam bij me langs daarboven om te praten. Hij bood mij een oprotpremie van tienduizend euro in de zomer van 2012 waar ik gretig op in ben gegaan.
10
Na Spijkerplaats ben ik met Emmy naar Documenta 13 gegaan in Kassel, de internationale kunstmanifestatie die elke vijf jaar plaats vindt. Ze was geslaagd voor haar onderwijsbevoegdheid en mocht nu kunstonderwijs geven in het middelbare onderwijs. Voor de klas staan had ik zelf inmiddels afgezworen maar individueel gaf ik haar graag les in kunstgeschiedenis. We gingen met haar auto en stonden op camping Kassel met ieder haar eigen tent. We kregen regelmatig ruzie, ook over Jeroen die ik rond zag lopen maar dan in anderen. Overal zag ik van die snelle kunstjongens en zij vond dat niet realistisch. Ik had moeite met haar onbehouwen rijstijl maar ze liet mij niet achter het stuur toen we de omgeving verkenden. De gebroeders Grimm zijn geworteld in Nord Hessen, de provincie die grenst aan de voormalige Oost Duitsland. ‘Wir gehen nach Kassel’ betekent ‘we gaan slapen’ oftewel ‘we gaan naar dromenland’. Toen we na een week ‘s avond laat thuiskwamen bleek zij haar huissleutel niet bij zich te hebben. Ze sliep bij mij op het grote luchtbed dat lek bleek te zijn en ging de volgende dag gebroken de deur uit. Jeroen was gaan fietsen in Frankrijk en ik ging naar de Telpost voor een artiestenverblijf in Millingen aan de Rijn. We zagen elkaar pas weer lang na die gezellige eerste avond bij hem thuis waarin de vonk oversloeg. Ik voel het weer in mijn lijf als ik daar weer aan terugdenk maar nu zijn we niet meer bij elkaar, na 14 jaar. Knetterverliefd maar onder voorbehoud want we passen helemaal niet bij elkaar, verschillen als dag en nacht. Er was geen ontkomen aan dat wij tot elkaar kwamen en dat is wat we deden, OMG. Jeroen vindt vanalles van mij en ik van hem dat niet overeenkomt met waar wij van houden. Hij lust mijn eten niet terwijl ‘liefde door de maag gaat’ en ik hou niet van zijn gepaf en gezuip. We houden wel allebei van wandelen en dat hebben we veelvuldig gedaan tot in de eeuwigheid. Dat is wat er van overblijft, die wandelingen met hem, zijn prachtige stem en onze heerlijke gesprekken waarin alles gezegd kon worden. We zijn inmiddels buren, onze huizen zijn verbonden via de tuinen van de benedenburen, we zijn achterburen. Ik woon op het zuiden en hij op het noorden, wij zien elkaar op onze dakterrassen aan de achterkant.