De bank

1

Op 13 februari 2019 kreeg ik een bank thuisbezorgd via mijn balkon aan de voorkant. Ik dacht nog ‘buurman schrikt zich te pletter’ komt er opeens een verticale bruine bank langs. Die datum zit in mijn geheugen gegrift omdat hij de volgende dag – Valentijnsdag – dood werd aangetroffen. Belinda stond in zijn deuropening toen ik thuiskwam na de dagelijkse ronde met Ayla, het was al donker. ‘Niet schrikken Monique’ en ze vertelde dat Erwin in een plas bloed lag en overleden was. Die ochtend vroeg had ik wel vreemde geluiden gehoord daar beneden. Er ging geen alarmbelletje rinkelen want ik hoorde meer dan ik wou horen van hem. Zijn gebonkt tegen de houten vloer bijvoorbeeld als hij met zijn vriendin lag te krikken in zijn bed met spiraalbodem. We waren niet meer on speaking terms sinds de zomer van 2018 ‘met jou zal ik geen rekening meer houden’. Dat riep ik vanaf mijn achterbalkon toen Erwin begon te schelden omdat hij precies daar zat waar ik mijn planten water gaf.

Zijn ingeklapte paraplu lag op de marmeren trap in de hal, er stonden agenten toen ik even later wou passeren. Men vroeg of ik wat wist van de wietkwekerij in de kelder van het huis. Dat wist ik niet maar dat had ik wel geroken want die geur ken ik, trof haar aan in mijn ketelhok. Er werd met elektra gesjoemeld door een mannetje dat zogenaamd vanwege de wasmachine in de hal stond te kloten. Het huis werd afgesloten voor vrienden en familie – een zoon – en hij werd afgevoerd. Er stonden kaarsen in de brede vensterbank waarachter hij altijd praatjes maakte met voorbijgangers. Ondertussen keerde de rust terug in mijn huis, was enkel opgelucht en ging niet naar zijn uitvaart omdat we vijanden waren. Hij had vooral heel veel last van mij en dat liet hij weten, het pop-icoon zoals ik hem noemde. Ik bezorgde hem geluidsoverlast vanwege mijn geklus aan de woning die totaal uitgewoond was. Nummer 8 was ik op de lijst van gegadigden voor dit huis dat me toeviel in de zomer van 2013.