DE HOOP
1
Mafketels, je herkent ze aan een gebrek aan empathie. Jaquelines pijnlijke blik terwijl Mari haar kort aankeek zei genoeg: deze gasten hebben haar pijn gedaan, niet zo’n beetje. De tuinstoelen, de fietsen, stopcontacten alles levensgevaarlijk. Kapotte koelkast, net zo stuk als de lamp aan het plafond in de keuken en het was ook heel smerig volgens hen. Ze bewoog zoals het hoort mee om alles op te nemen, zei dat het haar overdonderde, hun waslijst. ‘Hoezo, het is toch niet jouw probleem?’ Ze vond dat de eigenaar een schoonmaakbedrijf moest inhuren, dat nog het meest raakte. Door de inbraak was Mari wat minder actief op dat gebied. Het schap in de badkamer, op de kast – de vrouw was lang – achter het bed, in de lamp. De bedrand zat volgens haar vol vliegenpoep … toen dacht ze aan hun auto. Een oud ding – koekblik – met een smerig dak ‘die heeft een wasbeurt nodig’ dacht ze nog. Klap op de vuurpijl: ‘ze kregen niet eens korting’ wat ze niet hadden gevraagd bij haar weten. Er was weer sprake van mensen die zich afreageren, zoals het heet. Onzekere mensen die hun problemen in de omgeving projecteren. Ze had het kunnen weten want haar lijf gaf het aan, een zenuwachtig gevoel. Goed dat ze de deur heeft dicht gedaan om aan te geven dat het gesprek ten einde was. Mari zag ze nog weg rijden toen ze de deur een poos later weer opende. Meteen Leonora geappt die snel reageerde wat van groot belang is voor Mari die haar ‘shine niet laat doffen’.
2
‘Beste Mari. Ik wil toch nog even terugkomen op ons vertrek. Voelde voor jou, maar ook voor ons, heel vervelend. We benoemden de prachtige plek, de rust, de ligging. En een aantal kritiekpunten. De fietsen. Daar waar je bij aankomst zei (nadat ik had gevraagd waar de fietsen waren) dat de fietsen eigenlijk nooit gebruikt worden * , zeg je wanneer wij aangeven dat er iets mis is met de fietsen (gevaarlijke punten zelfs!) dat vorige week** mensen er met zoveel plezier gebruik van hebben gemaakt. Er waren echt vieze, langdurig niet schoongemaakte dingen in het huis. Wij wonen op het platteland: ik heb het dus niet over spinnen, oid. Maar wel over langdurig niet schoongemaakt. Dat is niet fijn. De tuinstoel die bij zwaar gewicht echt doorzakt omdat er scheuren in zitten. ‘
‘Je zat alleen maar in de verdediging: heel vervelend en onnodig. Het was geen kritiek op jou, maar doe hier als beheerder wat mee.’
‘We vonden je reactie niet professioneel, vijandig en afwijzend en daar hebben we last van. Was heel erg naar en dat was voor ons een vervelende afsluiting van een verder heerlijk verblijf.’
‘Verder was ik daar niet als hulpverlener, maar als gast.’
‘Doe hiermee wat je ermee wilt doen. Ik/wij willen het loslaten. Hoop dat je je realiseert wat dit gedrag doet met gasten.’
‘Met vriendelijke groet, Joseé’
‘Dag Joseé, als psychologe verdien ik n hoog salaris maar, was daar niet voor ingehuurd. Dank voor de tips, we gaan er mee aan de slag. Zag dat jullie auto erg vuil is, een wasbeurt nodig heeft. Vriendelijke groet. Mari’
‘Ik geloof niet dat de staat van onze auto hier iets mee van doen heeft. Wel fijn te horen dat je er iets mee gaat doen: nogmaals, het was niet persoonlijk. En mag ik ook nog even zeggen dat het me zeer verbaasd dat je met jouw achtergrond zo reageerde?!’
‘Er is pas ingebroken bij ons en we hebben hard gewerkt om de schade te herstellen. Ja, dan wordt er soms iets over het hoofd gezien. Geen mens is perfect, of wel?’
En toen was het weer stil, maar ik verwacht een staartje.
* Dat heeft ze niet gezegd maar wel aangegeven dat de fietsen er niet standaard bijhoren. Ze heeft verteld dat ze binnenkort weer een onderhoudsbeurt krijgen, nadat de man wees op een aantal mankementen. Het beugelslot zat los maar niet op een manier die ‘gevaarlijk’ is. De ketting moest gesmeerd volgens de man, net als de remkabels en de banden waren zacht. Ze moest van hem de schuur weer open maken om smeerolie op te halen, wat ze weigerde.
**Ook dat heeft ze niet gezegd maar wel dat mensen er pas nog gebruik van hebben gemaakt.
3
Ze stelt zich voor hoe het kan zijn als je bij hen in de Hoop komt waar de koelkast zowat uit elkaar valt van ellende. Het stopcontact komt van de muur zodra je de stekker er uit wilt trekken en je oog valt op het schap in de badkamer: smerig. De nieuwe oude stoeltjes zijn niet om op de staan, een krukje zou goed van pas komen want Mari ziet het niet. Ook het schap in de keuken en het schap boven de buitendeur met een hele rij glazen vazen verdienen een beurt. De lampenkap bij het bed is geplakt met tape dat losliet zodra ze wat vlekken weg poetste aan de binnenkant. Aan het hoofdeinde is een ruimte waar ze moeilijk bij komt – het huis is achthoekig – omdat het bed niet aansluit. De voet van de lamp met flexibele armen die in het gat staat zit vol met spinrag dat Mari gauw heeft weg gepoetst voordat de volgende gasten kwamen. Het moet voor deze vrouw heel moeilijk zijn geweest, los van de man die weer oog had voor andere zaken.
4
‘Een inbraak is heel erg ingrijpend. Maar Mari, dat kun je niet bij je gasten leggen’, schreef ze haar een dag later nog en ‘Nogmaals: fijn wanneer je er iets mee doet ..’
‘Klopt. En mij overdonderen met negativiteit hoort ook niet. Laat dit een les zijn, voor jullie’, schreef Mari terug en ‘Laat het los’ met een klavertje 4-icoon.
Daarna heeft ze de conversatie op slot gezet en kwamen er geen berichten meer binnen. Wat ze inmiddels heeft gehoord is dat er wel spullen zijn gestolen uit de schuur, Willie’s kettingzaag op benzine en de nieuwe elektrische. Er lagen ook wat witte bouwstenen – eentje in de kuil waar ooit een boom stond – en bergjes bouwzand her en der verspreid in de bosjes. Het is een mysterie waar ze meteen over gaat nadenken, wellicht sporen van inbrekers voor collega’s. Er wordt meer ingebroken in schuurtjes op zoek naar gereedschappen en dit keer waren zij de klos. Ondertussen heeft Leo een huishoudtrapje besteld en nieuwe lampenkappen gekocht, het stopcontact in de keuken vervangen. Vliegenpoep op de rand van het bed hebben ze niet kunnen vinden. Nieuwe koelkast komt en de fietsen krijgen een beurt, extra handdoeken gekocht – die worden wel eens meegenomen – enne, de wespen achter de ventilator, wat doen ze daarmee? Wat nieuwe glazen en een lekker flesje voor Mari nadat ze haar hart heeft gelucht.
5
Ze heeft net de luiken gesloten en hoort kleine zangvogeltjes. Ze gaan dwars door het hout heen maar Mari zet de deur toch open. De regen is wat minder geworden en ze bereid zich voor op de terugtocht. Eerst nog de was ophangen en de grendels erop, behalve die van de badkamer. Het wespennest achter de ventilator is niet gemakkelijk om weg te krijgen want ‘volspuiten met spulletje’ is geen optie. Ze durft het aan en vertrouwt op de wespen die eventuele inbrekers zullen aanvallen. De gasten – het tweede stel sindsdien – zijn weer tevreden vertrokken. ‘Denk er aan, jullie worden in de gaten gehouden’ leek de helicopter die over het veld circelde te zeggen. Dat was twee dagen geleden voordat ze ging inchecken, met Momo aan haar zijde. Ze liep vanuit de bushalte naar de Hoop en zag zelfs een politiewagen door het bos rijden. Het maakte haar ongerust en tegelijk was Mari helemaal niet bang. Ze heeft twee van de zuilen waarop de Hoop steunt gewassen, in de regen, onder de rietkap en voelt zich beschermd.
6
Toch weer gezeik in de Hoop na haar vraag hoe het was gegaan. ‘Het regende heel hard en dat heeft de ervaring gekleurd’ voegde de gaste ridderlijk toe aan haar mening over de Hoop die ze gedateerd vond. Later klaarde het op maar de fietsen zijn ongebruikt gebleven, hun doel maar goed ook want de fietsen zijn alles behalve perfect. Het viel Mari meteen op dat ze haar in eerste instantie niet aankeken wat haar licht verontrustte. Het was ook moeilijk vindbaar volgens de gaste – enkel kniesoor nam het woord – en het was ‘of te warm of te koud’. Het bed was te smal, 1.20 beweerde ze terwijl er 1.40 op de website stond, wat Mari heeft nagemeten: 1.40! ‘Je kon ook in het andere bed gaan liggen’ heeft ze gezegd maar dat was ‘niet gepast, een lachertje’. Na vertrek vond Mari maar liefst 5 gebruikte badhanddoeken. Komt nog bij dat ze veel te laat waren vrijdags, amper twee dagen geleden, het zijn vaak de vage laatkomers die zeiken.
7
Joseé heeft Leonora een mail gestuurd met de lijst van verbeterpunten. Ze heeft aangegeven het erg op prijs te stellen dat we er mee aan de slag zijn gegaan. Ze meldde daarin ook dat ‘haar man de fietsen had gerepareerd’ maar de band is alweer zacht. Leo heeft haar een schadevergoeding aangeboden voor het leed dat is geleden maar ze ging daar niet op in. Daarmee is dit hoofdstuk afgesloten en kunnen ze weer door alhoewel Mari niet hoopt dat deze mensen terugkeren. Dinsdagochtend belde Leo om door te geven dat de nieuwe koelkast tussen 8.45 en 11.15 bezorgd werd, terwijl Mari daar geen rekening meer mee had gehouden. Ze kreeg de melding ’s nachts rond 4 uur, net zo gestoord als de sms ’s avonds laat van de Belastingdienst ‘er staat een bericht voor u klaar’.
‘Zijn ze nou helemaal gek geworden?’ zou haar vader zeggen.
Om 8.45 uur was ze ter plekke, in haar schilderkleding want Mari had andere plannen. Toen ze daar aankwam scheen de zon door de kale takken, maar de Track and Trace was nog niet wakker! Ze besloot om de volgende Incheck alvast voor te bereiden terwijl ze een wasje draaide en begon het bed op te maken. Toen zag ze door het felle licht het randje met de vliegenpoep boven het bed, waar ze niet bij kon. Ze zag ook de vuile ramen, waar Mari ook niet echt bij kan komen tot ze een ingeving kreeg: het nieuwe huishoudtrapje inschakelen. Voor de smerige ramen heeft ze nog een andere oplossing gevonden: de ragebol met een flinke plens water. Enfin, terwijl ze daarmee bezig was kwam het busje aangekropen over het bospad. De koerier was alleen en had geen karretje bij zich terwijl hij op afstand van het huisje parkeerde. In zijn eentje droeg hij de koelkast naar binnen terwijl Mari haar hart – rug – vasthield.
‘Alsjeblieft’ zei hij na het droppen van de ingepakte koelkast.
‘Neem je de oude niet mee?’ vroeg ze.
‘NEEN’ antwoordde hij en dat was het dan.
8
Afgelopen vrijdag zag ze twee waterige ogen die haar aankeken en Mari probeerde dat vergeefs te duiden. De volgende ochtend – thuis – werd ze wakker met keelpijn en verzet om ziek te worden, ook tevergeefs. Ze werd strontziek en aangezien Henna op IJsland zat moest ze gaan uitchecken, in haar pyjama onder de kleding van plan om lekker op de bank te liggen na het uitzwaaien, met Aicha. Toch maar de grendels erop gedaan in verband met angst voor inbraak, daarna was Mari kapuri en eindelijk viel het kwartje. ‘Ik heb het je gezegd’ zei Jaqueline.
9
Met haar vriendelijke blik nodigde ze haar uit om te vertellen waar ze mee zit. ‘Ben jij een verschrikkelijke vent of lijkt dat alleen maar zo?’ wil ze aan Jeroen vragen. Ze heeft voor de derde keer Corona gehad en is aan het herstellen. Door zwaar regenweer en stevige westenwind tegen hier gekomen, per fiets in regenpak met lekke laarzen. Haar sokken hangen over de verwarming te drogen terwijl ze het huis gereed maakt voor gasten die om 17 uur aankomen. Het is 21 december, de dag waarop ze haar kerstritueel uitvoert: kaarten sturen. Die voor hem heeft ze voorzien van ‘fijne feestdagen’ met een rood ingekleurd hartje met haar naam. Jaqueline luistert en Mari gaat door met haar verhaal, terwijl de wasmachine de handdoeken centrifugeert.
‘Ik werd vorige week plotseling heel ziek, keelpijn, hoofdpijn, heel erg moe, overal pijn en later misselijk en een beetje verhoging. Jeroen was zo lief om wat boodschappen voor me te doen. Hij haat Aicha en daarom vroeg ik hem niet om een rondje te lopen met het hondje. Die lag als een kruikje op me wat heel fijn was en ik niet alleen. Ik zou hem helpen met vervangen van een lamp – hij is onhandig – en een lam aanrechtdeurtje fixen. Ik was die donderdag echter nog niet fit genoeg dus we stelden het uit tot zaterdag. Ik was nog steeds niet zo fit, mentaal zwak ging ik toch en stond voor zijn deur om 16 uur, met Aicha. Jeroen was not amused ‘je weet dat dit niet werkt’ en bracht ook mijn humeur beneden peil. Eenmaal boven vertelde ik dat ik dacht dat ik Corona had omdat het langer duurde dan een gewoon griepje. ‘Heb je dat niet getest dan?’ Later ‘je brengt mij in gevaar’ wat me deed opstappen. Jammer van de sushi die we zouden rollen voor 2 dagen. Jeroen heeft zich zelf niet laten ‘prikken’ en daarom ben ik boos, omdat hij dat van mij verwacht wat hij zelf zou kunnen doen maar niet doet. Mijn kaart voor hem ligt thuis op tafel en dat is nu mijn probleem. Herstel: hij is boos, en ondertussen is het nog steeds niet droog terwijl ik naar huis wil. Aan het einde van de middag kom ik hier terug, met Momo aan mijn zijde. Nee, ik wil me niet nog eens nat laten regenen dus moet ik geduld hebben.’
10
Merels in het bos zijn veel relaxter dan die in de stad, waar ze woont. Je hoort ze fluiten tijdens de schemering, wanneer de kauwtjes zijn gaan slapen. Het geluid dat ze maken is bijna onbeschrijfelijk maar ze doet een poging. Het is flierefluiten wat ze doen, terwijl ze in de stad het Hooglied zingen vanaf een schoorsteen.
11
Gasten die de jaarwisseling hebben doorgebracht in de Hoop hebben een steen beschilderd en achtergelaten. Een mooiere afbeelding van de Hoop heeft Mari nog niet gezien. Het huis met rieten dak, de horizontale planken van de buitenwand, het trapje met witte reling, de dubbele deur, het witte hekwerk, de bomen en het struweel, het blauw van de lucht, de schaduwpartij. Op de achterkant staat 1-1-24 en ‘Dankjewel’ met een uitroepteken waarvan de punt een hartje is en hun namen, in fijne witte letters. Ze verzekert me dat dit beschilderde keitje in het echt nog veel mooier is dan het beeld dat ik krijg van haar beschrijving.
12
‘Jaque wat had je dat weer goed gezien, voordat ik mezelf zag’ zei Mari. Tijdens het afhalen van het grote bed keek ze snel even in haar ogen die vol vertrouwen ‘goed bezig’ uitstraalden. Het is vandaag 8 januari, een dag waarop ze weer in het donkere gat zal kruipen in de schuur van Barend om de hoofdkraan af te sluiten. Eerst nog een wasje draaien en schoonmaken, alhoewel de gasten die net weg zijn het huis heel schoon hebben achtergelaten. Ze zal de luiken vergrendelen en de leidingen leeg laten lopen zodat de vrieskou geen schade kan aanrichten.
13
Een paar dingen wil ze graag van het dak schreeuwen en als eerste is dat de ooievaar die in het veld verderop zat, rechts van de oprijlaan vanaf de slagboom. Mari dacht eerst dat het om een witte reiger ging, volgens de man die samen met zijn vrouw in de Hoop verbleef. Ze had de vogel al gezien in haar ooghoeken die ochtend voor aankomst in de nevel. In gedachten verzonken op de vroege ochtend, fietste ze langs met een lijstje aan dingen die moesten gebeuren. Deze mensen waren vroeg, en zij nog vroeger en het was fris. De volgende dag zag ze de ooievaar weer in het veld zitten maar nu bewust: wat groot en die oranje snavel!
Het volgende is het verblijf van de muziekdocent die daar permanent woonde en daar is nog iemand bijgekomen. Eveline, medecursiste van Edelsmeden vertelde vanochtend dat haar docent daar woonde, wat ik al eens van een ander heb gehoord. Nu vertelde Tineke dat zij het huisje kent omdat de directeur van haar man een poosje in de Hoop woonde. Hij werd met de nek aangekeken omdat ie er vandoor ging met de vrouw van een collega die net overleden was en onderkomen nodig had. Die kennis heeft Mari opgedaan door de foto van de beschilderde kei te tonen in de groepsApp.
Nog een ding: Jeroen noemde haar een priesteres en beweert dat de plek van oudsher een bijzondere functie heeft gehad vanwege de hoge ligging en de nabijheid van grafheuvels. Het zou Mari niets verbazen als hij gelijk heeft met zijn bewering. Als Mari rondjes loopt rondom de Hoop om de grendels te bevestigen of om te ontgrendelen. Als ze de luiken opent en vastzet of losmaakt en sluit. Als ze de spietjes verwijdert van de pinnen die dwars door de muur gaan en de kurkjes bevestigt. Als ze de kurkjes opbergt, de pinnen door de wanden steek en de spietjes bevestigt, haar eindeloze ritueel.
14
Op deze dag dat Henna weer thuis komt van IJsland en ze Aicha gewoonlijk weer zou meenemen na de logeerpartij bij haar durft Mari bijna niet te kijken maar doet het toch. Respectvol is haar blik en dat kan ze bijna niet geloven, roept haar naam Jaquelien! Aicha is proef-logeren bij Marlies in Riezen die haar wil adopteren, en die heeft niet gebeld omdat het niet goed ging. Het is beter zo, voor alle partijen, dat is wat ze zegt, Jaqueline met haar edele blik. Ze stelt haar gerust ‘Aicha heeft het goed daar bij die mevrouw en haar kinderen die van shih tzu’s houden en er zelf ook drie van hebben.
15
Vrijdagmiddag kwam ze Jolien tegen, de vriendin van Barend, met Balou die net een ronde door Engelenburg had gelopen. Ze woonde eerst ook in haar buurt, en zag haar daar altijd lopen met de hond. Hun huizen waren verbonden via de binnentuin die Jolien heeft zien ontstaan. Jolien heeft haar onder zeil gebracht voordat haar rechter borst werd geamputeerd, vertelde Barend eens. ‘We kennen elkaar toch!’ zei ze nog voordat Mari haar bewustzijn verloor. Dat kennen was niet wederzijds want Mari had haar nog nooit gezien ondanks het feit dat ze buren waren. Ook Jeroen woonde vlakbij, in de Julianastraat voordat zij elkaar kenden en ging ook vaak zwemmen in het gat van Breul. ‘Wat is ze wit’ dacht hij altijd als ie haar zag maar zij hem niet. Ze zijn precies even oud, en ze had iets met Eduard die haar van binnen gezien heeft, zijn woorden. Mari heeft met Eduard, zowel met hem als met Barend een andere band. De Hoop staat helemaal alleen in het bos en daarom is zijn nabijheid van belang, net als Elvis de hond. Zij – slanke zwarte labrador met wit befje – is anderhalf jaar geleden overleden, maar Mari denkt nog aan haar. Jolien wil graag een wijkkrant – met Mari’s verhaal – in de bus, en vertelde dat ze iemand kent die daar woont, ene Eduard. Ze vraagt of ik hem de groeten wil doen, terwijl Mari haar niet vertelt wat hij háár pas heeft verteld.
16
Liefdevol keek ze haar aan en dacht aan die keer dat ze Maan vertelde dat ze de baas van Momo – die beneden in de kamer zit – zo lief vind. Ze houdt altijd rekening met Mari, bijvoorbeeld door haar niet op woensdag te vragen omdat ze dan een volle agenda heeft. ‘Oh wat ben je zielig’ zei Maan maar Mari vroeg niet om haar medelijden. Ze neemt er een voorbeeld aan en zal niet meer op één en dezelfde dag bij de kringloop gaan werken en in de Hoop komen. Dat is teveel voor een dag, inmiddels 63, hoogste tijd om daar acht op te slaan en Henna te vragen om haar te vervangen. Vandaag is Mari in de Hoop om die te sluiten en de was te draaien, terwijl ze de tijd neemt om te lezen. De geschiedenis van deze provincie, heel interessant, met de beentjes op de bank leest ze over allerlei kleine stadjes die ooit belangrijk waren. Momo ligt luid te snurken terwijl ze terug gaat in de tijd, stuurt Petra opeens een bericht: nummer 233A staat te koop, mijn buren. Dat dringt nog niet tot haar door want ze weet dat nummer 235A in de verkoop staat. Ze stuurt haar de link naar de website van de makelaar, met foto’s van het interieur. Er klopt iets niet want het huis is gespiegeld, net als bij mij naast en het dringt niet door dat het om de directe buren gaat. Het zijn haar directe buren die vertrekken, maar nog steeds gaat er geen belletje rinkelen. Als ze weer thuis is krijgt ze knallende koppijn en verliest ‘s nachts een kies. Ze heeft hen nooit meegenomen naar de Hoop omdat zij elkaar niet meer spraken.
17
Aan het einde van de laatste les Edelsmeden voor de zomervakantie belde Leonora, om 11.55 uur maar de telefoon stond op ‘stil’. Ze gaf de laatste tikjes op de ring om de steen vast te zetten in de gouden setting. Een week geleden dacht ze dat het helemaal voor elkaar was maar niets was minder waar. Eerst wat uitleg: om het goud naar binnen te drijven om de steen te bevatten heeft ze de ring in Protoplast gehuld. Dat is een spulletje dat zacht wordt door het in kokendheet water te leggen zodat het uiterst kneedbaar wordt. Zo kon ze de ring stabiel in de bankschroef zetten zonder haar te beschadigen. Het vangt ook nog eens een keer de klappen op, als je begrijpt wat ze bedoelt. Aan het einde van de vorige les had ze geen tijd meer om de ring te bevrijden van het Protoplast. Dat heeft ze vervolgens thuis gedaan en toen bleek dat de ring een rammelaar was geworden. Na een paar dagen kwam ze met oplossingen maar liet ze los voor een goed overleg met de docente. Tijdens die laatste les heeft ze de ring opnieuw ingepakt en de laatste tikjes op het goud gegeven, met de ciseleer-hamer. Het was spannend want de steen is een broos, die kapot kan gaan maar het ging goed. Ze zag dat Leo had gebeld ‘die is weer wat vergeten’ en dat was inderdaad zo. Ze stuurde haar een bericht ‘er staan violen’ of ze die wil hebben, graag, dankjewel en wat een timing weer. De voorgenomen inscriptie laat ze achterwege want er zijn genoeg persoonlijke sporen achtergebleven die mogen blijven.