Kunstacademie

HET KRAAKPAND

1

Het begon allemaal in die kleine kamer op de middelste etage van de flat in de Semmelinkstraat. Het grote raam op het zuiden met uitzicht op het rangeerterrein van de NS. Het hok was niet groter dan 3 bij 3 meter met muurkast en toegang tot het balkon. De vader van Gina kocht het huis waar zij de grootste ruimte had: 4 bij 4 meter, met Frans balkon. Estelles kamer was aan de straatkant op het oosten en was 3 bij 4 meter. Dan was er nog een kamertje van 2 bij 3 meter waar Klaartje zogenaamd woonde. Ze woonde met haar vriend samen maar die ouders mochten dat niet weten. De centrale hal verbond alle kamers waar ook de keuken op uit kwam, met balkon. Mijn vader regelde een vrachtwagen voor de verhuizing van mijn spullen en die van Estelle. Zelf reisde ik met het openbaar vervoer vanuit Losser in de zomer voordat de studie begon. Een stalen bed met spiraalbodem, een rotanstoeltje en -salontafeltje met glasplaat. Wat boekenplanken, een houten kist en een wankele tafel. Een tekentafelblad met vier poten, door mij verbonden middels vier grote spijkers, en wat stoelen. Een trommel met koekjes van mijn moeder, die heb ik nog steeds. Meteen begon ik de wanden te schilderen met verf, gemengd met schelpenzand.

Nu zijn die flats gerenoveerd met afgesloten trappenhuizen en kom je niet zomaar meer binnen. Deze afbeelding is gemakkelijk te vinden via Googlemaps, nummer 46 en dan het hoekje om. Op een avond zat ik te huilen boven de dikke pil met Statistieken toen Estelle binnenkwam. ‘Zou jij niet gewoon kappen met die studie?’ stelde ze voor, wat ik wel een goed idee vond. In februari belde ik mijn ouders om het nieuws te delen, vanuit de telefooncel. Het is nog de vraag of mijn tranen vanwege de statistieken of uit liefdesverdriet om Henri waren. Een foute studie en een fout vriendje deden mij nog vóór het einde van het schooljaar aanmelden bij de Kunstacademie.

Ik meldde mij aan voor Vrije Kunst waar ik op gesprek ging en wat werk liet zien. Dat vonden ze wel interessant maar iets te weinig: ‘kom later nog maar eens terug’. Vroeg een uitkering aan en ging vrijwillerswerk doen en cursussen volgen. Op de timmercursus bij het werklozencentrum begon ik een hoogslaper te bouwen. Ik ging aan de slag bij de start van het Steigertheater vanuit een leegstaand pand in de Fortstraat. Posters rondbrengen en zelf zeefdrukken deed ik ook nog bij de Ziedende Zeef. ‘Waarom ga jij geen Grafische Vormgeving studeren?’ stelde mijn leidinggevende voor. Ik werd aangenomen en begon met de studie in Arnhem en reed mee met Fonz. Vier avonden per week, met behoud van uitkering, want betaald werk was niet voor handen.

2

Estelle kreeg ook meteen een vriendje, Freek die pal beneden haar woonde en ook hij ging vreemd met haar. Via hem kreeg ik later een kamer in de Tooropstraat omdat mijn hok te klein werd, en uiteindelijk de hele etage.

Op een regenachtige zondagmiddag ging de bel en stond Cyril voor de deur. Hij was een lid van de IRA en had een huis gekraakt in de Schoolstraat, om de hoek. Estelle was helemaal weg van hem en begon een relatie met hem ondanks Gloria, zijn vriendin. Ook zij kwam bij ons over de vloer en we werden maatjes met haar.

Estelle ging ook een huis kraken, in de Benedenstad en deed haar kamer in onderhuur. In februari 1981 vonden de krakersrellen plaats in de Piersonstraat, ter illustratie van die tijd. Ik bleef op afstand en volgde het nieuws veilig thuis bij mijn ouders. In november 1981 deden wij samen mee met demonstreren tegen de neutronenbom in Amsterdam, vanuit haar kraakpand.

Met kerst gingen we met een aantal vrienden in een busje richting Spanje en Portugal, waar Estelles broer woonde. Onderweg bleven mensen ergens op een plek hangen terwijl wij naar Lissabon reisden. In mijn eentje bezocht ik Vila Franca de Xira waar ik die zomer op kamp was met de Bouworde van de Karmelieten. Daar werd ik op de eerste avond aangerand door een vent op straat en kreeg de schrik van mijn leven. In mijn eentje op de hotelkamer met de deur op slot tekende ik de situatie op.

Terug in Nijmegen besloot Estelle om naar Zuid Amerika te reizen en mocht ik in haar kraakpand verblijven. Daar vierde ik mijn 21ste verjaardag en was niet bepaald gelukkig daar met de medebewoners. Het flesje drank dat ik cadeau kreeg werd nog ongeopend gepikt door huisgenoot Willie. Die liep daar in zijn blote pens en bilspleet en ik begreep niet wat zijn vriendin in hem zag. Langzaam begon ik mij voor te bereiden op vertrek uit Nijmegen maar zover was het nog niet. Het Steigertheater hield me bezig en de hoogslaper was in aanbouw.

Cyril had last van woedeaanvallen, sliep slecht en sloeg Gloria die vervolgens de benen nam. Op een zaterdagochtend stond de verhuisauto volgepakt klaar voor vertrek. Ik ging haar uitzwaaien en zag Poeti – nog een kitten – een plekje zoeken tussen haar spullen. Die ging mee naar de nieuwe studentenkamer in Wageningen, op een studentenflat. Het kraakpand werd legaal maar Cyril hing zichzelf op in het huis waar hij alleen was achtergebleven. Zijn lichaam lag opgebaard in een open kist bij de kapel van het Canisius ziekenhuis en zie hem nog voor me. Zijn zus kwam over uit Ierland en we rouwden samen om hem in mijn kamertje.

Ik meldde mij voor de tweede keer aan bij de Kunstacademie, richting Grafische Vormgeving en werd aangenomen. Estelle meldde zich aan bij de School voor Journalistiek en verhuisde naar een zolderkamer in Utrecht. Daarna zijn wij als hartsvriendinnen steeds verder uit elkaar gegroeid, tot op de dag van vandaag. Ik ging naar de zolderkamer in de Tooropstraat in huis met Aaltje en Ilse Triens. Aan het begin van het tweede studiejaar stond ik te liften bij de brug in Nijmegen omdat Fonz die keer niet ging. Er stond nog iemand die heel enthousiast vertelde over de studie Handvaardigheid en ik was verkocht. Het grafische vormgeven was me te braaf en binnen een week mocht ik toelating doen.

Aaltje en Ilse kwamen terug van de wintersport en zagen tot hun grote schrik sporen van gips op de trap met vloerbedekking. Aaltje ging weg, en Ilse trok in haar ruimte op de eerste etage. Door mij aangestoken meldde ook zij zich aan bij de Kunstacademie, Vrije Kunst en werd aangenomen. Ze kreeg een vriend en ging met hem samenwonen in Amsterdam. Wiebe wou het huis voor zichzelf maar ik mocht blijven en kreeg de etage helemaal voor mezelf. Ik was met plezier aan het werk in het Steigertheater en hield van Nijmegen. Op een dag kwam Wiebe mijn ruimte binnen en zag het raam openstaan terwijl de verwarming aan stond. Dat was de reden voor hem om mij met zweetdruppels op het voorhoofd toch de huur op te zeggen.