Deel I
1
Per 1 augustus werd mij de huur opgezegd door Wim die op de begane grond woonde. De huizen waren verbonden door een muur open te breken, beneden bij de trap. Twee voordeuren kwamen uit in een gemeenschappelijk halletje waarin je zijn huis en mijn huis kon bereiken. Ik woonde boven maar daar weer boven was zijn wijnmakerij en had zijn vriendin Trui een kamer. Daar weer tussenin was mijn met schrootjes betimmerde badkamer met ligbad en wasmachine. De buren zouden me gaan missen omdat ik altijd luidkeels zong in het bad. Wim ging samenwonen met Trui die vanuit Arnhem kwam waar ik juist heen wou. Ze liet wat spullen aan mij na die ze dubbel hadden waaronder een klein teeveetje. Het was niet gemakkelijk om een kamer te vinden en de hele zomer was ik zoekende. Tot ik wanhopig bij Gloria langs ging die in een kraakpand woonde achter het station in Arnhem. Die was blij verrast want ze had geprobeerd mij te bellen wat niet gelukt was. Gloria had mijn advertentie in de Gelderlander gezien waarin ik vroeg om een kamer met atelier. Ze dacht dat ik het was die de kamer zocht omdat ik naar de kunstacademie was gegaan. Die dag zit in mijn geheugen gegrift, een zogenaamde mijlpaal in mijn leven. De hartelijke ontvangst was kenmerkend voor de periode die volgde.
Alhoewel ik het daar goed voor elkaar had heb ik nooit heimwee naar Nijmegen gehad. Ik heb nog wel eens terug gedacht aan Jopie, de hond van Wim die overdag vaak bij me was. Die liep altijd los en ging overal met me mee naar toe, met name Berg en Dal. Niet ver van mijn huis in de Tooropstraat in Nijmegen Oost, dichtbij het Steigertheater dat mijn tweede huiskamer was. Naast ons was een café waar vaak Bingo werd gespeeld wat je goed kon horen, het volgende nummer is … Eindje verderop eetcafé de Grut op de hoek met de Berg en Dalseweg.

Dit is waar ik terecht kwam: Amsterdamseweg 40A, had ik al vaak gezien vanuit de trein richting Utrecht. Dat huis met de fel beschilderde ramen op de rand van de sloop die was tegengehouden door Joop. Die lag te slapen in de kamer aan de andere kant van de muur terwijl de slopers in de weer waren. Hij verzocht hen te stoppen met slopen en zo geschiedde. Het rijtje bleef staan en ik was de gelukkige die haar intrek nam in de woning. Daar woonde Gloria dus en Micheal en Paulus die verbleef op de ruime badkamer om zijn scriptie te schrijven.
2
Joop had zijn vriendin zwanger gemaakt en daardoor kwam zijn kamer vrij die tijdelijk gemeenschappelijk was. Er stond een servieskast in die we wilden verplaatsen naar het halletje. Die kon de draai niet maken en daarom zaagde ik die dwars doormidden. Het driedelige raam was mijn raam en de drie raampjes een verdieping hoger was de badkamer. Ook hier waren twee huizen met elkaar verbonden. Het zit zo: twee bovenwoningen bestonden uit ruime kamers aan de voorzijden met een smalle achterkamer. Nummer 40A: je ging omhoog per slingertrap die uit kwam op een overloop met links de voor- en achterkamer, wc, keukentje en trap omhoog. Rechts was een doorgang naar nummer 40, mijn kamer met een achterkamer die vol zooi stond. Ook daar was een trap omhoog, naar de grote badkamer die eigenlijk een kamer was. Er stond een provisorische douche met wasbak en wasmachine. Er lag bruine vloerbedekking weet ik nog en Paulus bivakierde hier dus. Ook boven was een doorgang naar de andere kant, met weer een ruime voorkamer met smalle achterkamer. Daar was ook een keukentje, waar we de provisorische douche later naar toe hebben verplaatst. Nummer 40 had geen buitendeur maar wel een trap naar beneden die uitkwam in de garage. Die trap was afgesloten middels een houten vloertje,waar de servieskast op kwam te staan. Die garage was vooralsnog niet toegankelijk voor ons van daarboven.
3
Al gauw kreeg ik de sleutel van het kleine deurtje in de grote poort die toegang tot de garage gaf. Krakers Harry, Roel en Harm stalden hun motorfietsen in de ruimte die helemaal doorliep tot achter. Het stond vol met zooi maar mijn fiets kon er gemakkelijk nog bij. Er was een deur naar de winkelruimte met lambrisering die zich onder 40A bevond. Voor het raam dat bestond uit kleine ruitjes zat een plaat getimmerd. Op de gevel stond de schaduw van de letters S L U I S die waren weg gehaald. Er was geen toonbank meer op de kale planken waar nog plek vrij was. In de winkel was nog een deur die verbinding gaf tot nummer 42, die op slot zat. Daar woonde Frank Vijftigschild, dat ik die namen allemaal nog ken zeg! Op den duur zou die vertrekken maar zover was het nog niet. Ik woonde daar boven met Gloria en Michael die afstudeerde op de kunstacademie. Haar kamer was ook aan de voorzijde, die verbonden was met de achterkamer via een glazen deur. Die werd onze gemeenschappenlijke ruimte waar ook de servieskast kwam te staan. Mijn oom legde daar een gasleiding aan met een gevelkacheltje. Wie er ook woonde was Poetie, de kat van Glo, die toegang had tot de tuin. Ze klom via de half afgebroken muur aan de achterzijde omlaag en weer omhoog. Vaak vloog er nog een rode kater achteraan, via het raam in de achterkamer van nummer 40. Later zou het mijn slaapkamer worden nadat ik de muurkast tussen beide kamers doorbrak.
4
Michael studeerde af en ging weg dus kwam zijn ruimte vrij, inclusief achterkamer die mijn atelier zou worden. Paulus wou graag bij ons intrekken maar Michael had zijn ruimte beloofd aan iemand anders. Die andere was niet welkom maar wij legden ons er bij neer. Die bleef daar niet zo lang wonen zodat Paulus alsnog kon komen. Inmiddels had Tina zich gemeld voor woonruimte en die mocht van Gloria in mijn ateliertje. Daar had ik me bij neer te leggen en toen waren we ons vieren. Gloria’s kamer werd gemeenschappelijke ruimte en zij ging naar achteren. Paulus en ik bouwden voor haar een hoogslaper van sloophout terwijl zij stage ging lopen bij Vluchtelingenwerk.
5
Gloria kreeg verkering met haar eerste cliënt: Ramses uit Diyarbakir, koerd uit Oost Turkije. Al gauw bleef hij slapen en maakten we kennis en dat is aanleiding tot dit verhaal. Want hoe zit dat nou met bepaalde onderlinge verhoudingen, vroeg ik mij af. Ramses woonde eerst bij Ellis voordat hij zijn appartement betrok in de vluchtelingenflat aan de Rozendaalsestraat. Ellis nam studenten en vluchtelingen in huis nadat een aantal kinderen was uitvlogen. Daaronder was Ramses die wat ouder was en waar zij een relatie mee kreeg. Paulus kwam daar ook over de vloer voor huiswerkbegeleiding aan de kinderen. Gloria kende Paulus uit Wageningen waar ze woonde met Poeti op een studentenflat. De kat vrat een kanarie van een ganggenoot die haar dwong om het dier in haar kamer te houden. Toen heeft ze via Anneloes die verkering had met Joop dit kraakpand gevonden. Zodat Poeti meer leefruimte had en zij wat dichter bij Nijmegen woonde waar ze Rechten studeerde. Paulus woonde toen in de Spijkerstraat, waar ik nu woon, terwijl hij Cultuurtechniek studeerde in Wageningen maar vond er geen rust om af te studeren.
6
Zowel Paulus als Ramses kenden Ellis, via verschillende aanvliegroutes. Ook Gloria kende Paulus zowel als Ramses in dezelfde volgorde onafhankelijk van elkaar. Ellis en Gloria kenden elkaar niet maar op een zekere dag stond zij bij ons voor de deur. Ellis wou praten met Gloria want die had volgens haar Ramses ingepikt. De voorkamer van 40A was het strijdtoneel waar Ellis plaats nam aan de ronde tafel. Ik trok mij terug in mijn kamer en hoorde al gauw het gekrijs vanuit die ruimte. Ellis kwam halsoverkop naar mij toe om op adem te komen. Shagzak pontificaal op tafel en ook Paulus schoof aan voor een luisterend oor. Zo ging dat dus en sindsdien had ik het gemaakt bij haar maar het was niet wederzijds. Er was meer dubbele verbinding dan me lief was. Tina woonde tijdelijk bij ons maar die ging niet weer weg uit de kamer die mijn atelier zou worden. Paulus liet nicht Miriam de lege winkelruimte gebruiken waar ik eigenlijk een oogje op had. Tenslotte ruimde ik mijn eigen achterkamer leeg om in te slapen. De ruime voorkamer werd atelier maar niet voor lang.
7
Gloria ging met Ramses op een flatje wonen in Zuid en ze nam Poeti mee. Die werd ongelukkig daar en zat te verstoffen in de muurkast dus nam ik haar mee terug naar het kraakpand. Tina kroop in de kamer met hoogslaper achter de huiskamer. Ze ging altijd vroeg slapen en had last van ons als wij daar spelletjes speelden. Paulus, Frits – vriend – en ik hielden van Risk, Scrabbel, Mens Erger je Niet of Boeren Bridge. Vaak kwam Tina even vragen of het wat zachter kon, wat meestal niet lang duurde. Paulus werd na zijn afstuderen aangenomen op de Kunstacademie, aangestoken door mij. Die nam het kamertje op 40 achter de grote badkamer in gebruik. De houten vloer was deels ingestort maar hij wist er wel raad mee. Hij ging vaak meteen aan de slag als ie weer thuis kwam van de avondschool. Zagen en timmeren boven mijn hoofd op de kale planken, ik werd er niet goed van. Paulus vond een atelier buiten de deur en we schaften de huiskamer af. Tina trok die bij haar achterkamer zodat het huis beter verdeeld was. Ieder zijn/haar etage, Paulus nam zijn achterkamer als logeerkamer in gebruik.
8
Het platte dak lekte regelmatig en dan stonden Paulus en ik daar boven via een luik om het profissorisch op te lappen. Ook Frits hielp vaak met klussen aan het huis/de huizen. De betengelde muren in mijn slaapkamer stripte ik volledig. Het opgespannen jute met behang ging er af en het kale geheel werd wit geschilderd. Zonder kachel was het ‘s winters koud in die ruimte en daarom gaf oma mij een extra wollen deken. Ik zat in mijn kamer te werken zonder gezellige huiskamer tot Frank Vijftigschild zijn huis aanbood. Nummer 42 was van binnenuit bereikbaar via het dichtgetimmerde trappengat in het halletje van 40. Kort voor Kerst braken we door naar beneden, een groot feest die extra ruimte waar Frank veel achter liet aan meubels, spullen. De gesloopte trap kwam ooit uit in Franks badkamer met wasbak en douche. We bouwden er een plateautje in, Paulus en ik, met twee trapjes. Eentje omhoog en eentje omlaag en verbonden 40 en 42 met elkaar. Ik hoor nog het geluid van voetstappen op het grijs geschilderde hout. Er zat een deur naar een woonkeuken met een strak betegelde vloer. Daar was de deur naar een gang die van de voordeur naar achter liep met twee ruime vertrekken die onderling verbonden waren. Een wc aan het einde van de gang met een spoelbak uit de vorige eeuw. In die keuken was ook een deur naar buiten: de gigantische tuin. De dichte deur tussen 42 en de winkelruimte ging open.
9
We namen de woonkeuken in gebruik met alles er op en er aan, inclusief grote kelder. Tina nam de achterkamer met uitzicht op de tuin als atelier en ik de voorkamer. Ik schilderde het paneelplafond in mooie kleuren en genoot met volle teugen. Paulus en Tina kregen verkering en bedachten dat ik helemaal naar beneden kon verhuizen. Dat wilde ik niet ‘ga zelf beneden wonen’ wat gebeurde. Tina betrok de beide kamers en ik die van haar, op 40A. Ik leverde mijn atelier weer in en betrok de winkelruimte. Daar legde ik een vloer van sloophout, restpanelen tot een mozaïek. Er kwam ruimte vrij voor een vierde persoon maar we kregen er twee. Vriend Mischa zag het wel zitten om geen huur te hoeven betalen. Mijn vriend Frits die met hem samen woonde wou wel meekomen maar dat zag Tina niet zitten. Frits was bereid om de grote badkamer met achterkamer tot een leefbaar geheel te maken. De douche kon gemakkelijk in de kleine keuken boven waar ook plek was voor de wasmachine. Tina had het nakijken en ik heette mijn vrienden van harte welkom. Voortaan woonden wij met ons vijven in drie huizen met een weelderige tuin.
10
1987 was het jaar waarin ik begon met afstuderen, 3 jaar nadat ik aanbelde bij Gloria. Het vijfde jaar van de studie Handvaardigheid was theoretisch van aard. De theorievakken op een rij: kunstgeschiedenis, psychologie, didactiek, materiaal & gereedschapsleer. Het was ook het jaar van de 3 dode dierbaren: neefje Paul, docent Robert OBrien en peetoom Henk. Paultje stierf in het vroege voorjaar aan een melanoom. Robert die mijn inspirator was kreeg acute leukemie en stierf iets later. Oom Henk viel dood neer in het najaar en was al begraven toen mijn vader me belde. De studie bood afleiding en troost! Vriendin Ria nodigde mij uit voor een maand op Curaçao waar ik gretig op in ging. Het ging wel goed met mij en de studie alsof het niets was. Na het behalen van mijn diploma gaf ik een groot feest in de tuin met klasgenoot Andrea samen. Er was muziek en er werd gedanst op de goeie afloop. Mijn ouders waren daar ook bij en mijn broers die bleven slapen.
11
Ik nam Roberts devies ‘word eerst maar eens kunstenaar voordat je les gaat geven’ ter harte. Dat is wat ik deed vanuit een volle overtuiging waar mijn vader zich niets bij kon voorstellen. Het was 1988 een periode waarin er geen banen voor het oprapen lagen. Bovendien was ik nog veel te jong om voor de klas te gaan staan met mijn 27 jaar. Ik was nog niet droog genoeg achter de oren om opgewassen te zijn voor het middelbare onderwijs. Het was mijn doel om kunstenares te worden dus ging ik in de leer bij iemand. Ik maakte modellen en maquettes bij hem thuis terwijl hij les gaf op de academie. Bram had diverse assistenten rondlopen waaronder Emanuel die het huis schilderde. Ik viel voor hem en met Kerst maakte ik het uit met Frits. Met Oud&Nieuw begon de relatie met Em die niet over rozen ging. Hij had een alkoholprobleem en zat niet op mij te wachten. Bovendien was er nog een vrouw in beeld die op haar beurt niet op hem zat te wachten. Frits kreeg wat met Tina die heimelijk vreemd ging met hem. Behalve Paulus wisten wij er van, Mischa en ik en dan was er ook nog Rita, vriendin van Tina. Die had al eens aan mij kenbaar gemaakt dat zij een oogje op Frits had. Op een dag kwam ik thuis en zat zij bij ons in de keuken bij te komen. Ze was bruut verkracht in Sonsbeek tijdens haar wekenlijkse hardloopsessie. Frits ving haar op, net als wij allemaal maar hij in het bijzonder. Rita mocht voorlopig in de logeerkamer want ze durfde niet naar huis. Op 4 juni van dat jaar werd het studentenprotest op het Plein voor de Eeuwige Vrede in Peking neergeslagen. We zaten aan tafel in de tuin te eten toen het ter sprake kwam. Het ging over vrijheid van meningsuiting die geschonden werd en ik zei ‘nou maar hier gebeurt ook wat waar niet over gesproken wordt’. Toen is Tina het huis uit gevlucht en ging Paulus met Ellis brommerrijden in Griekenland. De rust keerde terug en Rita ging in therapie terwijl Frits voor haar ging. Ik vergeet nooit weer de rechtzaak waarin de dader die snel werd gegrepen terecht stond. De zomer van 1989 was niet mis wat betreft de sfeer in het kraakpand.
12
Welke richting die trein uit ging is niet meer te achterhalen. Naar het noorden of het oosten, het zuiden of het westen. Zutphen of Winterswijk, Nijmegen of Amsterdam? Er zit geen geluidsopname bij die foto van vlak voordat ik daar woonde. Mijn raam was al wit geverfd toen ik daar aankwam maar nog niet de deuren van het Franse balkon. Ik zie Paulus nog voor me, onbevreesd hangend aan de gevel vanuit de huiskamer. Ik hoor nog de stem die vertrek- en aankomsttijden plus perron omroept. ‘De volgende trein … staat gereed op spoor … ons achtergrondgeluid. Nu loopt spoor 11 over onze woonkeukenvloer, het hele rijtje is met de grond gelijk gemaakt. Dat zag ik op een keer toen ik mijn moeder naar de trein bracht.