Aan het einde van de 19de eeuw is het Spijkerkwartier uit de grond gestampt met voornamelijk herenhuizen. Daarvóór was het een landelijk gebied met hier en daar wat spijkers, buiten de stadsmuren. De Rooms Katholieke Martinuskerk in de Steenstraat is ook gebouwd in die periode, in twee jaar tijd. De gouden windhaan op de spits van de toren is het hoogste punt in de buurt. Dat blijft zo, hier komt geen hoogbouw en dat willen we graag zo houden. In de Rietgrachtstraat is de hoogte van de nieuwbouw beperkt, niet hoger dan de rest van de flats daar. Aan de rand van de buurt, in de Thorbeckestraat wordt ook geen woontoren gebouwd. Verhoging van het Rembrandt theater in de Spoorhoek is vooralsnog een toekomstdroom. Bij de buren in het gebied dat plat is gegaan tijdens de Slag om Arnhem was geen ander plan behalve in een rap tempo bouwen, en slopen. Het gebied langs de Rijn rondom de John Frostbrug geeft mij altijd een onbestemd gevoel. Daar gaat 80 jaar na het begin van de wederopbouw eindelijk verandering in komen. Het Stadskantoor aan de Eusebiusbuitensingel is een voorproefje van wat er gaat komen.

Veelbelovende elektriciteitskabels aan de kade
Het Cobercokwartier zal een onderdeel zijn van het Nieuwe Kadekwartier, waar gewoond en gewerkt gaat worden. Het oude melkfabrieksterrein omgetoverd tot stadskern waarin monumentale elementen zijn opgenomen. De 45 meter hoge schoorsteen mag blijven staan als blikvanger in het hart van de wijk. Er komt een wandel/fietsbrug naar Malburgen om je op te verheugen. Waar nu nog een stuk of acht asielboten liggen wordt een kade langs de hoogbouw die zal gaan verschijnen. Het terrein is uitgevlakt, er kan ingeschreven worden op de verkoop. Nu denk ik aan de leegte van dat rommelige gebied die me dierbaar is geworden. Het loopje over de brug naar Zuid langs de brandweerkazerne en de GGD. De trap naar beneden en je bent beland in Bakenhof, waar de rust heerst met uitzicht over de rivier. Pootje badend langs de strandjes lopen en weer terug naar huis.